CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2016:

Naast de CvE minmumlijst worden bij het centrale examen 2016 zowel bij de vragen als de annotatie ook nog onderstaande verschijnselen bekend verondersteld.
N.B. Begrippen met worden niet bekend verondersteld.

BIJZONDERHEDEN TAALEIGEN BIJ VERGILIUS

Dactylische hexameter.

  • N.B. 1. bekend verondersteld worden:
    • de begrippen: dactylus, spondee en hexameter.
    • het kunnen scanderen van een dactylische hexameter.
      • de begrippen cesuur en synizese worden niet bekend verondersteld.
  • N.B. 2. Bij naamwoorden van de a-declinatie eindigt de nom. ev. op een korte -a, de abl. ev. op een lange -a


Voor het metrum en scanderen zie aldaar, voor de metrische effecten, elisie en enjambement zie aldaar of onderaan.


Voor Vergilius 2016 worden nog de volgende punten als bekend verondersteld:
  1. Weglaten van voorzetsels:

    Vergilius laat bij plaatsbepalingen in de accusativus en ablativus vaak de voorzetsels in, ad, ab en ex weg.
    -- Italiam .... Laviniaque ..... litora = in Italiam .... Laviniaque litora (Verg. Aen. I, 2-3)
    -- terris .... et alto = in terris ... et in alto (Verg. Aen. I, 3)
    -- Latio
    = a Latio (Verg. Aen. I, 31)
  2. Dichterlijk meervoud:

    Vergilius gebruikt regelmatig het meervoud van zelfstandige naamwoorden in plaats van het enkelvoud. Het beste te vertalen met enkelvoud.
    -- Lavinia .... litora = naar de kust van Lavinia (Verg. Aen. I, 2-3)
  3. Verkorte perfectumvormen en perfectumuitgang op -ére i.pv. -erunt:

    Omwille van het metrum gebruikt Vergilius ook verkorte perfectumvormen en vaak de de uitgang -ére in plaats van -erunt
    -- audierat i.p.v. audiverat (Verg. Aen. I, 20)
    -- tenuere i.p.v. tenuerunt (Verg. Aen. I, 12 )
  4. Patronymicum:

    Personen worden regelmatig aangeduid met de uitgang -ides = (klein)zoon van.
    -- Tydides = zoon van Tydeus (Diomedes) (Verg. Aen. I, 97)
    -- Aeacides = kleinzoon van Aeacus (Achilles) (Verg. Aen. I, 99 )
  5. Accusativus respectus (van betrekking):

    In plaats van de ablativus limitationis (van betrekking gebruikt Vergilius ook de accusativus respectus (van betrekking), deze accusativus geeft antwoord op de vraag "in welk opzicht".
    -- omnia Mercurio similis = in alles gelijkend op Mercurius (Verg. Aen. IV, 558 )
    -- mentem pressus = bedrukt van geest (Verg. Aen. III, 47 )

Homerische Vergelijking:

Een vergelijking waarbij het "beeld" uitvoerig wordt uitgewerkt.

Aeneas ziet hoe de Carthagers hard werken aan de bouw van hun nieuwe stad.

Dan volgt deze deze vergelijking:

Qualis apes aestate nova per florea rura               
exercet sub sole labor, cum gentis adultos
educunt fetus, aut cum liquentia mella
stipant et dulci distendunt nectare cellas,
aut onera accipiunt venientum, aut agmine facto
ignavom fucos pecus a praesepibus arcent:               
fervet opus, redolentque thymo fragrantia mella.

Vertaling:
Zoals de zware inspanning de bijen in de vroege zomer op de bloemige velden
onder de zon afmat, wanneer zij de volwassen geworden jongen van het (bijen)volk
naar buiten brengen, of wanneer zij de vloeibare honing
persen en de cellen doen uitzetten met zoete nectar,
of ((wanneer) zij de lasten overnemen van hen die komen (aanvliegen), of (wanneer) zij in slagorde geschaard
het nutteloos volkje van de hommels verdrijven van de korven:
het werk krioelt en bruist, en de geurige honing ruikt naar tijm.
(Vergilius, Aeneis I, 430-436)

Woordplaatsing
aan het begin / einde van een vers(regel): woorden vooraan
een vers (en soms achteraan , zeker als ze een contrast vormen met een woord vooraan een vers,) hebben nadruk

In nova fert animus mutatas dicere formas
corpora;
Vertaling:
Mijn geest brengt mij ertoe te/wil vertellen over de gedaantes, die veranderd zijn in nieuwe
lichamen;
Bovendien staat corpora in enjambement dit en de plaatsing van zowel in nova als corpora vooraan
(het gehele werk) en ook nog in hyperbaton benadrukt dat metamorphoses (gedaanteveranderingen) het onderwerp van het hele werk zijn.
(Ovidius, Metamorphoses 1, 1-2)

Eurydicen que suam iam tuto respicit Orpheus
Vertaling:
en eindelijk kijkt Orpheus veilig om naar zijn Eurydice
( Ovidius, Metamorphoses 11, 66)


Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
      4. narratologie
      5. argumentatie
    2. taaleigen epos
      1. bijzonderheden
      2. metrum.doc
      3. metrum.htm
      4. scanderen.doc
      5. scanderen.htm

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia