CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2016:

Voltooide tijden Activum

INDICATIVUS

 
voco, vocare terreo, terrére tego (3), tegere audio, audire capio (3), capere sum, esse possum, posse
a-stammen
e-stammen
medeklinker stammen
i-stammen
gemengde stammen
onr.
onr.
P 1ev vocavi terrui texi audivi cepi fui potui
E 2ev vocavisti terruisti texisti audivisti cepisti fuisti potuisti
R 3ev vocavit terruit texit audivit cepit fuit potuit
F 1mv vocavimus terruimus teximus audivimus cepimus fuimus potuiumus
E 2mv vocavistis terruistis texistis audivistis cepistis fuistis potuistis
C 3mv vocaverunt terruerunt texerunt audiverunt ceperunt fuerunt potuerunt
  ik heb geroepen ik heb bang gemaakt ik heb bedekt ik heb gehoord ik heb genomen ik ben geweest ik heb gekund
ik riep ik maakte bang ik bedekte ik hoorde ik nam ik was ik kon
P 1ev vocaveram terrueram texeram audiveram ceperam fueram potueram
L 2ev vocaveras terrueras texeras audiveras ceperas fueras potueras
Q 3ev vocaverat terruerat texerat audiverat ceperat fuerat potuerat
P 1mv vocaveramus terrueramus texeramus audiveramus ceperamus fueramus potueramus
R 2mv vocaveratis terrueratis texeratis audiveratis ceperatis fueratis potueratis
F 3mv vocaverant terruerant texerant audiverant

ceperant

fuerant potuerant
  ik had geroepen ik had bang gemaakt ik had bedekt ik had gehoord ik had genomen ik was geweest ik had gekund
             
F 1ev vocavero terruero texero audivero cepero fuero potuero
U 2ev vocaveris terrueris texeris audiveris ceperis fueris potueris
T 3ev vocaverit terruerit texerit audiverit ceperit fuerit potuerit
E 1mv vocaverimus terruerimus texerimus audiverimus ceperimus fuerimus potuerimus
X 2mv vocaveritis terrueritis texeritis audiveritis ceperitis fueritis potueritis
A 3mv vocaverint terruerint texerint audiverint ceperint fuerint potuerint
    ik zal geroepen hebben ik zal bang ge- maakt hebben ik zal bedekt hebben ik zal gehoord hebben ik zal geno- men hebben ik zal geweest zijn ik zal gekund hebben

CONIUNCTIVUS

P 1ev vocaverim terruerim texerim audiverim ceperim fuerim potuerim
E 2ev vocaveris terrueris texeris audiveris ceperis fueris potueris
R 3ev vocaverit terruerit texerit audiverit ceperit fuerit potuerit
F 1mv vocaverimus terruerimus texerimus audiverimus ceperimus fuerimus potuerimus
E 2mv vocaveritis terrueritis texeritis audiveritis ceperitis fueritis potueritis
C 3mv vocaverint terruerint texerint audiverint ceperint fuerint potuerint
  dat ik heb geroepen dat ik heb bang gemaakt dat ik heb bedekt dat ik heb gehoord dat ik heb genomen dat ik ben geweest dat ik heb gekund
               
P 1ev vocavissem terruissem texissem audivissem cepissem fuissem potuissem
L 2ev vocavisses terruisses texisses audivisses cepisses fuisses potuisses
Q 3ev vocavisset terruisset texisset audivisset cepisset fuisset potuisset
P 1mv vocavissemus terruissemus texissemus audivissemus cepissemus fuissemus potuissemus
R 2mv vocavissetis terruissetis texissetis audivissetis cepissetis fuissetis potuissetis
F 3mv vocavissent terruissent texissent audivissent cepissent fuissent potuissent
dat ik had geroepen dat ik had bang gemaakt dat ik had bedekt dat ik had gehoord dat ik had genomen dat ik was geweest dat ik had gekund

   Twee werkwoorden hebben de vorm/vervoeging van een perfectum en de betekenis van van een praesens:
     memini = ik herinner mij 
     odi = ik haat



Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
      4. narratologie
      5. argumentatie
    2. taaleigen epos
      1. bijzonderheden
      2. metrum.doc
      3. metrum.htm
      4. scanderen.doc
      5. scanderen.htm

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia