werkvertaling Vergilius
Aeneis IV, 242- 258



245




250




255





Dan neemt hij zijn staf: hiermee roept hij de bleke zielen uit
de Orcus, stuurt hij andere (zielen) naar de trieste Tartarus,
geeft hij slaap en neemt hij die weg, en opent hij de ogen bij de dood.
Daarop vertrouwend drijft hij winden voort en zwemt hij door de woelige
wolken. En wannneer hij vliegt ziet hij al de top en de steile flanken
van de harde Atlas die met zijn kruin de hemel ondersteunt,
van Atlas, wiens pijnbomen dragende hoofd, voortdurend omgeven door
donkere wolken, zowel gebeukt wordt door wind als door regen,
sneeuw die is uitgegoten, bedekt zijn schouders, even verder storten rivieren
naar beneden van de kin van de oude man, en zijn ruige baard staat stijf van ijs.
Hier voor het eerst hield de Cylleniër, zwevend op zijn op één lijn trillende vleugels
halt; vanhier stortte hij zich steil omlaag met zijn hele lichaam naar de golven
gelijk een vogel, die bij de kusten, bij de
visrijke rotsen laag vliegt zeer dichtbij de zee.
Precies zo vloog hij tussen aarde en hemel
naar de zanderige/zandrijke kust van Libië, sneed hij door de winden
de Cylleense nakomeling komend van zijn grootvader van moeders kant.

  De regelindeling volgt zoveel mogelijk die van de tekst in de vertaalhulp!