CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis syntaxis 2017:

Ablativus absolutus

De ablativus absolutus (abl.abs) is in feite niets anders dan het predicatief gebruikt participium (= naamwoord + ptcp) in de ablativus en vormt zo een bijwoordelijke bepaling (los van de rest van de zin)!

De abl.abs is begonnen met uitdrukkingen als bijv.:
manibus trementibus ianuam aperuit : "met trillende handen opende hij de deur".

Omdat er in het Nederlands bijna geen enkele abl.abs letterlijk vertaald kan worden, maken we steeds gebruik van een bijwoordelijke bijzin:(hota-zin): "hoewel/omdat/terwijl/toen/(anders) zijn handen trilden opende hij de deur".

De ablativus absolutus is dus gewoon een bijzin van omstandigheid en dus nooit een noodzakelijk onderdeel van een zin; hij geeft alleen wat extra omstandigheden o.i.d. aan.

Je kunt bij het vertalen hem dus altijd eerst even overslaan en pas als laatste van de zin vertalen.


1.  Hoe herken ik een abl.abs?

  • het is een naamwoord en een ptcp. in de abl! Als je dus een ptcp. in de abl. ziet krijg je bijna altijd een abl. abs.
  • alleen het ppa en het ppp worden in de abl. abs. gebruikt, dus alleen de volgende uitgangen kunnen abl. abs. aangeven:
    • ppa: -nte of -ntibus vertaling: gelijktijdig
    • ppp: -(t)o of -(t)a of -(t)is vertaling: voortijdig (N.B.: ipv (t) kan er ook een andere letter staan meestal dan een -s- !)

2. Hoe vertaal ik een abl.abs?

 
  • Vul een voegwoord in:
    • bij het ppa (gelijktijdig) neem je het best eerst "terwijl".
    • bij het ppp (voortijdig) neem je het best eerst "toen, nadat ".
  • Dan vertaal je:
    • het naamwoord als onderwerp
    • het ptcp als persoonsvorm
  • Tot slot kijk je of soms één van de andere hota-woordjes beter past.

klaar is kees! (of wie dan ook)

 
 
 
 
 
 

Latijnse grammatica

vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten

syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

stilistica en taaleigen
zie onder vormleer!


Syntaxis per onderdeel:

  1. participium
  2. ablativus absolutus.
  3. gerundi(v)um
  4. infinitivus constructies
  5. vraagzinnen
  6. modi in hoofdzin
  7. modi in bijzinnen
    1. van doel
    2. van oorzaak/reden
    3. vergelijkende
    4. van toegeving
    5. van voorwaarde
    6. van gevolg
    7. betrekkelijke
    8. van tijd
  8. nom. voc. locativus
  9. genitivus
  10. dativus
  11. accusativus
  12. ablativus