CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis syntaxis 2017:

Dativus

  • De basis betekenissen van de dativus zijn:
    • aan, voor ( meewerkend voorwerp)

    Daarnaast zijn er nog de volgende bijzondere betekenissen:

  • meewerkend voorwerp (indirect obiect):
  • aanvulling bij werkwoorden als "lijdend voorwerp", een aantal verba heeft geen. acc. als lijdend voorwerp, maar de dat.:
    • parco (3) = iem. sparen; studeo = zich toeleggen op; persuadeo = overtuigen
      • vix cuiquam persuadebatur = nauwelijks iemand werd overtuigd
  • aanvulling bij bijvoeglijke naamwoorden , enkele bijvoeglijke naamwoorden hebben een dativus bij zich:
  • de bezitter bij het werkwoord esse (dat. possessivus) : geeft aan wie de bezitter van iets is:
    • tibi .. esse = dat jij hebt (Sen. de Clem.)
  • dat. commodi en incommodi: geeft aan ten gunste of ten nadele van wie/wat iets gebeurt.
  • dat. finalis: geeft het doel of de bedoeling aan.
    • ludibrio futuros non regis modo sed custodum etiam libidini rata = in de mening dat ze niet alleen tot voorwerp van spot van/voor de koning, maar ook tot voorwerp van/voor de wellust van de bewakers zouden zijn
  • dubbele dativus: regelmatig, vooral bij de werkwoorden esse, dare, venire, mittere komt de dativus finalis voor in combinatie met de dativus commodi:
    • quae praesidio erat Calabriae litoribus = die tot bescherming was voor de kusten van Calabrië.
  • geeft de handelende persoon aan bij het gerundivum: (dat. auctoris): bij het gerundivum staat de handelende persoon ("door wie") in de dativus. (bij dichters komt dit ook voor bij het gewone passief):
    • haud infitianda parenti = niet te loochenen/ zeker te erkennen door de vader (Ov. Met. II, 34)
    • dis iuranda palus = het moeras waarbij door de goden gezworen moet worden (Ov. Met. II, 46)

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Latijnse grammatica

vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten

syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

stilistica en taaleigen
zie onder vormleer!


Syntaxis per onderdeel:

  1. participium
  2. ablativus absolutus.
  3. gerundi(v)um
  4. infinitivus constructies
  5. vraagzinnen
  6. modi in hoofdzin
  7. modi in bijzinnen
    1. van doel
    2. van oorzaak/reden
    3. vergelijkende
    4. van toegeving
    5. van voorwaarde
    6. van gevolg
    7. betrekkelijke
    8. van tijd
  8. nom. voc. locativus
  9. genitivus
  10. dativus
  11. accusativus
  12. ablativus