ut & cum

ut + ind. =
  • hoe?
  • zoals
    • ut leves stipulae adolentur = zoals lichte strohalmen verbrand worden (Ov. Met. I,492)
    • ut saepes ardent = zoals hagen branden (Ov. Met. I,493)
    • utque monebat ipse Amort = zoals Amor zelf aanspoorde (Ov. Met. I,531)
    • ut canis ... = zoals een hond ... (Ov. Met. I,533)
    • ramos ut membra = de takken, zoals/als waren het ledematen (Ov. Met. I,555)
  • zodra als, wanneer, toen
ut + coni =
  • opdat, om te, met de bedoeling dat
  • (zo)dat
    • facit ut laedar ... = maakt dat ik gekwetst word... (Ov. Met. I,545)
cum + abl. =
  • met
    • cum fortibus armis = met krachtige wapens (Ov. Met. I,456)
    • cumque ipso verba ...reliquit = met hemzelf liet zij de woorden achter zich (Ov. Met. I,526)
cum + ind. =
  • wanneer
    • cum leporem vidit = wanneer/toen hij een haas zag (Ov. Met. I,533)
    • cum ... canet = wanneer .... zal zingen (Ov. Met. I,560)
  • cum primum = zodra als
cum + coni. =
  • toen, nadat
  • omdat
  • hoewel
ne+ coni =
  • ( finaal:) opdat niet, om niet te, met de bedoeling dat niet
  • in hoofdzinnen:
    • adhortatief/prohibitief
      • ne cadas = val niet!, pas op dat je niet valt. (Ov. Met. I,508)
    • optatief
  • na ww van vrezen = dat