CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2017:

Onbepaalde voornaamwoorden

Onbepaalde voornaamwoorden duiden op onbepaalde wijze een persoon of zaak aan, die men niet nader kan of wil noemen.

Zelfstandig: aliquis, aliquid = iemand, iets; de een of ander , het een of ander.

Bijvoeglijk: aliqui, aliqua, aliquod = de / het een of andere, enig(e).

De verbuiging van zelfstandige en bijvoeglijke onbepaalde, voornaamwoorden is aan elkaar gelijk behalve in de nom. ev en de acc. ev. O.

Let op: dit heeft tot gevolg dat aliquis =
altijd: iemand, de een of ander (nom. ev.); aliquid = altijd: iets, het een of ander (nom/acc. ev);

aliquis, aliquid en aliqui, aliqua, aliquod
M
V
O
nom. ev
aliquis / aliqui
aliqua(e)
aliquid / aliquod
gen. ev
alicuius
alicuius
alicuius
dat. ev
alicui
alicui
alicui
acc. ev
aliquem
aliquam
aliquid / aliquod
abl. ev
aliquo
qua
aliquo
 
nom. mv
aliqui
aliquae
aliqua(e)
gen. mv
aliquorum
aliquarum
aliquorum
dat. mv
aliquibus
aliquibus
aliquibus
acc. mv
aliquos
aliquas
aliqua(e)
abl. mv
aliquibus
aliquibus
aliquibus

Let op:
na si, nisi, num en ne gaat ali- niet met quissie mee !! Dus si quis = si aliquis = als iemand
  • si quis ........ scripsit = als iemand .... schreef (Cic. Ep. Fam. 14,2,1)
  • si quae <partes>) latent = als enige <delen> bedekt zijn (Ov. Met. I, 502)
  • si quis .... casus = als een (of ander) ongeval (Sen. Ep. 9)
  • (ista) si quis despicit = als iemand (die dingen) minacht (Sen. ad Helviam X,3)

Zelfstandig: (unus)quisque, (unum)quidque = ieder(een), alles
Bijvoeglijk: (unus)quisque, (una)quaeque, (unum)quodque = ieder(e), elk(e)

De verbuiging van zelfstandige en bijvoeglijke onbepaalde, voornaamwoorden is aan elkaar gelijk behalve in de nom. ev O en de acc. ev. O.

Let op:
quidque =
altijd: elk ding, alles (zelfst. nom/acc. ev);
quisque, quidque en quique, quaeque, quodque
Voor de verbuiging van de toevoeging unus bij deze onbepaalde voornaamwoorden zie hier.

M
V
O
nom. ev
quique
quaeque
quodque
gen. ev
cuiusque
cuiusque
cuiusque
dat. ev
cuique
cuique
cuique
acc. ev
quemque
quamque
quodque
abl. ev
quoque
quaque
quoque
 
nom. mv
quique
quaeque
quaeque
gen. mv
quorumque
quarumque
quorumque
dat. mv
quibusque
quibusque
quibusque
acc. mv
quosque
quasque
quaeque
abl. mv
quibusque
quibusque
quibusque

Andere onbepaalde voornaamwoorden: verbogen als hierboven alleen ipv
-que: -dam, -libet of -quam
  • quidam, quaedam, quiddam, quoddam = een zeker iemand/iets; een zekere; mv.: sommige
  • quisquam, quidquam = iemand, iets (alleen zelfst).; voor bijvoeglijk gebruik zie ullus)
Een geheel aparte verbuiging heeft:
  • nemo, nihil = niemand, niets
nemo
nihil
nom. ev nemo nihil
gen. ev nullius (nullius rei)
dat. ev nemini (nulli rei)
acc. ev neminem nihil
abl. ev nullo (nulla re)

 

 

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
      4. narratologie
      5. argumentatie

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia