CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2017:

Betrekkelijke en vragende voornaamwoorden
"de QU-vormen"


Onthoud: de vormen van de betrekkelijke voornaamwoorden en van de vragende voornaamwoorden zijn aan elkaar gelijk, behalve:
quis =
altijd: wie? ;
quid
=
altijd: wat? (waarom);

quod
= 1) (dat,) wat, welke 2) =
( ook) omdat

Let op: quia = aangezien, omdat !
Let op: qua = (ook) : waarlangs; quo = (ook) : waarheen

quis, quid, qui, quae, quod ?
  • vragend = wie ?, wat ?, welke ?
  • betrekkelijk = (degene), die; (dat), wat; ,dat
M
V
O
nom. ev
quis / qui
quae
quid / quod
gen. ev
cuius
cuius
cuius
dat. ev
cui
cui
cui
acc. ev
quem
quam
quid / quod
abl. ev
quo
qua
quo
 
nom. mv
qui
quae
quae
gen. mv
quorum
quarum
quorum
dat. mv
quibus
quibus
quibus
acc. mv
quos
quas
quae
abl. mv
quibus
quibus
quibus
Zie voor het gebruik in vraagzinnen en relatieve (betrekkelijke) bijzinnen
 
 
 

 

 

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
      4. narratologie
      5. argumentatie

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia