CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis syntaxis 2017:

Betrekkelijke bijzinnen

Betrekkelijke (relatieve) bijzinnen: zijn bijvoeglijke bepalingen bij een naamwoord en worden ingeleid door een betrekkelijk voornaamwoord (relativum).

  • Algemeen:
    • het naamwoord waarop het betrekkelijk voornaamwoord betrekking heeft noemen we het antecedent:
      • het antecedent kan ook achter de betrekkelijke bijzin staan.
    • het betrekkelijk voornaamwoord komt in geslacht en getal overeen met het antecedent, maar de naamval ervan wordt bepaald door de functie, die het heeft in de bijzin.
    • betrekkelijke bijzinnen staan gewoonlijk in de indicativus.
    • er zijn twee bijzondere soorten betrekkelijke (bij)zinnen:
      • betrekkelijke bijzin in de coniunctivus (zie hieronder)
      • het relativum verbindt twee hoofdzinnen: relatieve aansluiting (zie hieronder)
  • Betrekkelijke bijzin in de indicativus:
    • gewoon:Let op in het Ned. begint na voorzetsels het betrekkelijk voornaamwoord met een w-!:= wie, wat; waarmee etc.
      • Coronen, quam hostes petebant = Corone, waarheen de vijanden op weg waren
    • met ingesloten antecedent:
      • qui adducebant = degenen die Philopoemen brachtten
      • dicente praetore Dinocrate esse, quae pertinentia = terwijl de hoogste magistraat Dinocrates zei dat er (dingen) waren, die betrekking hadden
      • ita fecisse eum, quae senatui placuissent, = dat hij de dingen die de senaat besloten had zo gedaan had,
  • Betrekkelijke bijzin in de coniunctivus: het gebruik van de coniunctivus kan drie"bijsmaken" aangeven:
    • finaal: de betrekkelijke bijzin drukt een (be)doel(ing) uit: opdat , om te:
      • per quae ...... credar = (Ov. Met. II. 38-39 ) opdat ik daardoor ... geloofd/beschouwd word als .
      • quoque minus dubites (Ov. Met. II. 44) = opdat je daardoor (des te) minder twijfelt .
      • L. Valerius Antias, qui praeesset = L. Valerius Antias, opdat hij aan het hoofd stond ( om aan het hoofd te staan)
      • ferrum, quo se tutari ..possent = een zwaard opdat zij zich daarmee konden verdedigen
    • consecutief/definiërend: de betrekkelijke bijzin geeft een persoon of groep aan waarop een bepaalde hoedanigheid/uitspraak van toepassing is: zo/zulk/zodanig ... (dat)
      • pauci sunt qui ... disponant = Er zijn weinigen die zó zijn dat ze ... vaststellen (Sen. Ep. 23)
      • maius gaudium fuit quam quod universum homines acciperent = de vreugde was groter/te groot dan dat de mensen die helemaal begrepen
      • eventus eorum rettuli, qui se stirpemque suam, domos, regna funditus evertissent. = de huiveringwekkende gevolgen daarvan verteld, die zo waren dat zij zichzelf, hun nageslacht, hun families en koninkrijken met wortel en al hadden uitgeroeid!
      • neque eum se esse, qui ullius impii consilii auctor futurus videri possit = dat hij(zelf) niet zo'n iemand is, die de indruk kan wekken de initiatiefnemer te zullen zijn van enig goddeloos plan
    • causaal: de betrekkelijke bijzin geeft een oorzaak of reden aan: omdat

     

    In het Latijn kan een betrekkelijk voornaamwoord ook aan het begin van een hoofdzin (dwz: na een punt, punt-komma, dubbele punt, uitroepteken of vraagteken) staan en zo twee hoofdzinen aan elkaar verbinden; in het Nederlands kunnen wij dat niet en moeten daarom een en ander aanpassen; dit noemen we:

  • Relatieve aansluiting: een betrrekkelijk voornaamwoord/bijwoord verbindt twee hoofdzinnen aan elkaar en moet vertaald worden met een persoonlijk of aanwijzend voornaamwoord, eventueel voorafgegaan door één van de woordjes en, maar, want, om het verband met de vorige zin aan te geven.
    • paupertas sequeretur; in qua nihil mail esse = ... volgde armoede; (en) dat daarin niets kwaads is .... (Sen. Helviam X,1)
    • Ex quibus alia ..alia ... = Van die dingen .. sommigen ... anderen (Sen. Ep. 23)
    • . Quibus satis cognitis = (En) nadat deze dingen voldoende onderzocht waren
    • ; quod ad quemque pertinebat = (en) over dat wat op ieder betrekking had
    • . Quibus dum locum ad evadendas angustias .. praebet = terwijl hij aan hen de gelegenhied verschaft om uit de engte te ontsnappen
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

Latijnse grammatica

vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten

syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

stilistica en taaleigen
zie onder vormleer!


Syntaxis per onderdeel:

  1. participium
  2. ablativus absolutus.
  3. gerundi(v)um
  4. infinitivus constructies
  5. vraagzinnen
  6. modi in hoofdzin
  7. modi in bijzinnen
    1. van doel
    2. van oorzaak/reden
    3. vergelijkende
    4. van toegeving
    5. van voorwaarde
    6. van gevolg
    7. betrekkelijke
    8. van tijd
  8. nom. voc. locativus
  9. genitivus
  10. dativus
  11. accusativus
  12. ablativus