CvE minimumlijst
latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2017:

Onvoltooide tijden Activum

INDICATIVUS

 
voco, vocare terreo, terrére tego (3), tegere audio, audire capio (3), capere sum, esse possum, posse
a-stammen
e-stammen
medeklinker stammen
i-stammen
gemengde stammen
onr.
onr.
P 1ev voco terreo tego audio capio sum possum
R 2ev vocas terres tegis audis capis es potes
A 3ev vocat terret tegit audit capit est potest
E 1mv vocamus terremus tegimus audimus capimus sumus possumus
S 2mv vocatis terretis tegitis auditis capitis estis potestis
E 3mv vocant terrent tegunt audiunt capiunt sunt possunt
N ik roep ik maak bang ik bedek ik hoor ik neem ik ben ik kan
             
I 1ev vocabam terrebam tegebam audiebam capiebam eram poteram
M 2ev vocabas terrebas tegebas audiebas capiebas eras poteras
P 3ev vocabat terrebat tegebat audiebat capiebat erat poterat
E 1mv vocabamus terrebamus tegebamus audiebamus capiebamus eramus poteramus
R 2mv vocabatis terrebatis tegebatis audiebatis capiebatis eratis poteratis
F 3mv vocabant terrebant tegebant audiebant capiebant erant poterant
E ik riep ik maakte bang ik bedekte ik hoorde ik nam ik was ik kon
             
F 1ev vocabo terrebo tegam audiam capiam ero potero
U 2ev vocabis terrebis teges audies capies eris poteris
T 3ev vocabit terrebit teget audiet capiet erit poterit
U 1mv vocabimus terrebimus tegemus audiemus capiemus erimus poterimus
R 2mv vocabitis terrebitis tegetis audietis capietis eritis poteritis
U 3mv vocabunt terrebunt tegent audient capient erunt poterunt
M   ik zal roepen ik zal bang maken ik zal bedekken ik zal horen ik zal nemen ik zal zijn ik zal kunnen

CONIUNCTIVUS

P 1ev vocem terream tegam audiam capiam sim possim
R 2ev voces terreas tegas audias capias sis possis
A 3ev vocet terreat tegat audiat capiat sit possit
E 1mv vocemus terreamus tegamus audiamus capiamus simus possimus
S 2mv vocetis terreatis tegatis audiatis capiatis sitis possitis
E 3mv vocent terreant tegant audiant capiant sint possint
N dat ik roep dat ik bang maak dat ik bedek dat ik hoor dat ik neem dat ik ben dat ik kan
               
I 1ev vocarem terrerem tegerem audirem caperem essem possem
M 2ev vocares terreres tegeres audires caperes esses posses
P 3ev vocaret terreret tegeret audiret caperet esset posset
E 1mv vocaremus terreremus tegeremus audiremus caperemus essemus possemus
R 2mv vocaretis terreretis tegeretis audiretis caperetis essetis possetis
F 3mv vocarent terrerent tegerent audirent caperent essent possent
E dat ik riep dat ik bang maakte dat ik bedekte dat ik hoorde dat ik nam dat ik was dat ik kon

IMPERATIVUS

P              
R 2ev voca terre tege audi cape es
xx
A              
E              
S 2mv vocate terrete tegite audite capite este
xx
E              
N roep ! maak bang ! bedek ! hoor ! neem ! wees !  

PARTICIPIUM praesentis (ppa)

M/V/O
nom vocans terrens tegens audiens capiens
xx
potens
gen vocantis terrentis tegentis audientis capientis
xx
potentis
  roepend bang makend bedekkend horend nemend   "kunnend" = machtig

PARTICIPIUM futuri (pfa)

M vocaturus territurus tecturus auditurus capturus
futurus
xx
V vocatura territura tectura auditura captura
futura
xx
O vocaturum territurum tecturum auditurum capturum futurum  

 

Vertaling van het pfa:

  1. zonder vorm van esse erbij: = ' van plan/om te ......'
  2. met vorm van esse erbij: = ' op het punt staan te .....' ; ' van plan zijn te ...' .


Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
      4. narratologie
      5. argumentatie

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia