CvTE minimumlijst

latijn
vereiste minimumkennis syntaxis 2018:

Consecutieve bijzinnen

Consecutieve bijzinnen zijn bijzinnen die een gevolg aanduiden, staan in de coniunctivus en worden ingeleid door:

  • ut (non) + coni. = (zo)dat (niet)
    • totiensque repetitus ut facile appareret = en zovaak herhaald dat makkelijk duidelijk was
    • ita raptim peractum est ut nullius nec animi nec oculi spectaculo intenti essent = werd zo snel ten einde gebracht dat van niemand noch de geesten noch de ogen op het schouwspel gericht waren.
Bijzinnen van gevolg (consecutieve bizinnen) worden vaak voorafgegaan door woorden als:
  • ita, tam, sic = zo
  • adeo = zozeer
  • tantus = zo groot
  • talis = zodanig
 
Bijzinnen van gevolg (consecutieve bizinnen) volgen op onpersoonlijke uitdrukkingen als:
  • mos est ut + coni. = het is de gewoonte dat
  • fit ut + coni. = het gebeurt wel dat
  • accidit, ut + coni. = het gebeurt / is gebeurd dat
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

Latijnse grammatica

vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten

syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

stilistica en taaleigen
zie onder vormleer!


Syntaxis per onderdeel:

  1. participium
  2. ablativus absolutus.
  3. gerundi(v)um
  4. infinitivus constructies
  5. vraagzinnen
  6. modi in hoofdzin
  7. modi in bijzinnen
    1. van doel
    2. van oorzaak/reden
    3. vergelijkende
    4. van toegeving
    5. van voorwaarde
    6. van gevolg
    7. betrekkelijke
    8. van tijd
  8. nom. voc. locativus
  9. genitivus
  10. dativus
  11. accusativus
  12. ablativus