CvTE minimumlijst

latijn
vereiste minimumkennis syntaxis 2018:

Finale bijzinnen

Bijzinnen van doel (finale bijzinnen): zijn bijzinnen, die een doel of wens uitdrukken, ze staan in de coniunctivus en worden ingeleid door:

    • ut + coni. = (op)dat, om te
      • ut ... legatos separatim .. divideret daretque operam = (op)dat hij de gezanten afzonderlijk verdeelde/moest verdelen en zich moeite gaf/moest geven
    • ne + coni. = (op)dat niet, om niet te
      • ne quod iis conloquium inter se neve quae communicatio consilii esset = dat er niet enig gesprek voor hen onderling was en niet enige mogelijkheid om plannen uit te wisselen.
    • neve, neu + coni. = en (op)dat niet, en om niet te
    • quo + coni. =
      • opdat (daardoor), om (daardoor)
        • ferrum, quo se tutari ..possent = een zwaard opdat zij zich daarmee konden verdedigen
      • bij comparativi: opdat des te, om des te
    • dum + coni = opdat intussen, om intussen te
      • dum haec ........ perscriberem = opdat ik intussen deze (brief) schreef (Cic. ep. ad Att.5. 16)
  • Verba timendi : let op: na werkwoorden van vrezen
    • (timeo / metuo / vereor) ne + coni. = ik vrees dat
      • magistratus et principes veriti, ne quem motum = De magistraten en voornaamsten, uit vrees/vrezend dat een of andere beweging
      • quae vereor ne vana ..cecinerim = waarvan ik vrees dat ik ze vergeefs ..gezongen heb
    • (timeo / metuo / vereor) ne non + coni. = ik vrees dat niet
  • Verba impediendi: let op: na werkwoorden van verhinderen en weigeren:
    • ne / quominus + coni. = dat
    • quin / quominus + coni. = na ontkennende hoofdzin = dat
      • impedio ne = ik verhinder dat
      • prohibeo ne = ik verhinder dat
      • recuso ne = ik weiger dat
      • non impedio quin = ik verhinder niet dat
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

 

Latijnse grammatica

vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten

syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

stilistica en taaleigen
zie onder vormleer!


Syntaxis per onderdeel:

  1. participium
  2. ablativus absolutus.
  3. gerundi(v)um
  4. infinitivus constructies
  5. vraagzinnen
  6. modi in hoofdzin
  7. modi in bijzinnen
    1. van doel
    2. van oorzaak/reden
    3. vergelijkende
    4. van toegeving
    5. van voorwaarde
    6. van gevolg
    7. betrekkelijke
    8. van tijd
  8. nom. voc. locativus
  9. genitivus
  10. dativus
  11. accusativus
  12. ablativus