CvTE minimumlijst

latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2018:

De CvE-minimumlijst vormt het uitgangspunt bij de op het centrale examen gestelde vragen
en bij de annotatie van de ongeziene authentieke tekst.

De CvE gaat ervan uit dat de kandidaten vertrouwd zijn met de volgende stilistische en narratolische begrippen.
N.B. Begrippen met worden niet bekend verondersteld.

STILISTISCHE BEGRIPPEN (A - B)

Afbeelding
Zie bij vergelijking.

Alliteratie
Gelijkheid van de beginmedeklinkers bij twee of meer woorden die dicht bij elkaar staan:

Leentje leerde Lotje lopen langs de lange Lindenlaan

magno cum murmure montis
Vertaling:
met luid gerommel van de berg
(
Vergilius, Aeneis I, 55)

Anafora
Het herhalen van een (zelfde) tekstelement aan het begin van opeenvolgende (delen van) zinnen of versregels:

dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke-vis met de pijp
(P. van Ostaijen, Marc groet 's morgens de dingen )

Ille mi par esse deo videtur
Ille si fas est superare divos
Vertaling:
Die man schijnt mij gelijk te ziijn aan de goden
Die man (schijnt mij zelfs) -asl dat geoorloofd is- de goden te overtreffen
(Catullus, carmen 51, 1-2)

N.B.De betreffende tekstelementen hoeven niet per se in dezelfde vorm te staan. Zie bijvoorbeeld:

Scelesta, vae te, quae tibi vita manet?
Quis nunc te adibit? Cui videberis bella?
Quem nunc amabis? Cuius esse diceris?
Quem basiabis? Cui labella mordebis?
Vertaling:
Misdadige (vrouw), wee jou, welk leven staat je te wachten?
Wie zal er nu naar je toe komen? Aan wie zul je mooi (toe)schijnen?
Wie zul je nu liefhebben? Van wie zal men zeggen dat je bent?
Wie zul je kussen? Wie zul je in z'n lippen bijten?
(Catullus, Carmen 8, 15-18)

Antithese
Het dicht bij elkaar geplaatst staan van inhoudelijk tegengestelde begrippen

Die twee zijn als water en vuur.

Alieni adpetens, sui profusus
Vertaling:
uit op andermans vermogen, maar verkwistend met zijn eigen (vermogen)
(
Sallustius, De coniuratione Catilinae 5)

Asyndeton
De opeenvolging van twee of meer opeenvolgende tekstelementen zonder verbindingswoord
.
adversatief asyndeton: als het asyndeton een antithese benadrukt.
explicatief/copulatief asyndeton: als het 2e deel ervan een verklaring geeft van het eerste deel

Dan zou ik mijn boek vertalen in het Maleis, Javaans, Soendaas, Alfoers, Boeginees, Battaks...
(Multatuli, Max Havelaar)

retia rara, plagae, lato venabulo ferro
Vertaling:
wijdmazige netten, strikken [en] breedpuntige speren.
(
Vergilius, Aeneis IV, 131)

Navem in conspectu nullam, tres litore cervos
prospicit errantes.
Vertaling:
Nergens ontwaart hij een schip, [maar wel] ziet hij op het strand drie herten
zwerven.
(
Vergilius, Aeneis, I, 184-185)

Beeld
Zie bij vergelijking.

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
      4. narratologie
      5. argumentatie

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
    2. trappen vergelijking
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia