CvTE minimumlijst

latijn
vereiste minimumkennis vormleer 2018:

De CvE-minimumlijst vormt het uitgangspunt bij de op het centrale examen gestelde vragen
en bij de annotatie van de ongeziene authentieke tekst.

De CvE gaat ervan uit dat de kandidaten vertrouwd zijn met de volgende stilistische begrippen.
N.B. Begrippen met worden niet bekend verondersteld.

STILISTISCHE BEGRIPPEN (C-M)

Chiasme
Het kruisgewijze plaatsing van grammaticaal en/of inhoudelijke gelijkwaardige tekstelementen.

De term chiasme komt van de Griekse letter chi (c) die de vorm heeft van een kruis: als je de gelijkwaardige tekstelementen onder
elkaar zou zetten zie je dat kruis ontstaan:

fundantem arces
  
tecta         novantem

Aenean fundantem (a) arces (b) ac tecta (b) novantem (a)
conspicit.
Vertaling:
hij ziet Aeneas funderingen leggen (a)voor vestingen (b) en huizen (b) bouwen (a)
(
Vergilius, Aeneis 4, 260)

N.B. op het Centraal Examen dienen de vier tekstelementen die het chiasme vormen die het chiasme vormen als volgt
te worden genoteerd: ..... (a) ....(b) ... (b) .....(a)!!

Climax
Een reeks van tenminste drie tekstelementen met een steeds sterker wordende inhoud.

uren, dagen, maanden, jaren,
vliegen als een schaduw heen
(Herman Gorter)

Hic sunt (.....) qui de nostro omnium interitu, qui de huius urbis atque adeo
de orbis terrarum exitio cogitent.
Vertaling:
Hier bevinden zich (....) degenen die (zulke mensen dat ze) zinnen op de dood van ons allen,
op de ondergang van deze stad, ja (zelfs), van de hele wereld.
(
Cicero, Oratio in Catilinam 1. 9)

Elisie
Zie bij metrum

Enallage
De verbinding van een bijvoeglijk naamwoord met een ander zelfstandig naamwoord dan waarbij het qua betekenis past.

altae moenia Romae
de muren van het hoge Rome (= de hoge muren van Rome).
(Vergilius Aeneis I,7)

Ibant obscuri sola sub nocte per umbram
Zij liepen donker door de eenzame nacht door het duister. ( = Zij liepen eenzaam/alleen door de donkere nacht in het duister.)
(Vergilius Aeneis, VI, 268)

Eufemisme
De weergave van een negatief geladen begrip door een verzachtende aanduiding.

inslapen (= sterven)

civitates, quas .. pacaverat
Vertaling:
de stammen die .... hij had tot vrede gebracht = hij had onderworpen.
(
Caesar, De Bello Gallico 7, 65.4)

quibus fors corpora dedisset, darent animos
(Romulus zei) dat ze hun geest moesten geven aan degenen aan wie het lot hun lichaam had gegeven
(= dat ze degenen die hen geroofd hadden moesten gaan liefhebben)
(Romulus zegt dit tegen de geschaakte Sabijnse meisjes/maagden)
(Livius, AUC, I, 9, 15)

Hendiadys
Hierbij wordt één begrip aangeduid door twee zelfstandige naamwoorden aan elkaar gekoppeld met "en", in plaats van de gebruikelijke constructie bnijvoeglijk naam woord en zelfstandig naamwoord of twee zelfstandige naamwoorden waarvan er één in de genitivus staat.

ius et moderamen equorum (Ov. Met. II, 48) = het recht en het besturen van > het recht van het/om te besturen van de paarden

Hyperbaton
De uiteenplaatsing van woorden die een grammaticale eenheid vormen; de eenheid wordt onderbroken door een tekstelement dat niet bij de woordgroep hoort.

N.B. In samenplaatsingen als magno cum murmure "met zwaar gedreun" (Vergilius, I, 55) en commixtis igne tenebris "met vuur vermengde duisternis" (Vergilius, VIII, 255) is geen sprake van hyperbaton. De onderbrekende elementen (cum, igne) maken namelijk deel uit van de woordgroep.

Ante volat comitique timet velut ales ab alto
quae teneram prolem produxit in aere nido.
Vertailing:
Hij vliegt voorop en hij is bezorgd voor zijn metgezel, zoals een vogel die
die zijn tere jong uit het hoge nest laat vliegen.
(Ovidius, Metamorphosen VIII, 213-214)


Litotes
De ontkenning van een begrip waardoor het tegendeel benadrukt wordt:

Daar ben ik niet vies van. (= dat vind ik heel lekker.)

.................... haud infitianda parenti
............ is niet te loochenen door de vader (= moet zeker erkend worden door de/zijn vader)
(Ovidius. Met. II, 34)

Haec enim senatus consulta non ignoro ab amicissimis eius, ............, scribi solere.
Ik ben niet onwetend (= ik weet heel goed) dat deze senaatsbesluiten door de beste vrienden van hem, ...............,
geschreven plegen te worden.
(Cicero, Ep. ad Fam. 15, 6)


Metafoor

Een vorm van beeldspraak waarbij alleen het beeld (= persoon/zaak waarmee vergeleken wordt) wordt genoemd (dus zonder "als", "zoals", "gelijk aan" etc.)  

Hij zwemt in het geld.

At regina gravi iamdudum saucia cura
vulnus alit venis et caeco carpitur igni
.
Vertaling:
Maar de koningin reeds lang gewond door een hevige liefde (zorg)
voedt de wond in haar aderen en wordt verteerd door het onzichtbare vuur.
(Vergilius, Aeneis 4, 1-2)

 

Metonymia
De vervanging van een woord door een ander woord uit hetzelfde betekenisveld.
We onderscheiden hierbij de volgende categorieën:
  • abstractum pro concreto: een abstract in plaats van een concreet begrip.

    cum desiderio meo nitenti
    carum nescioquid lubet iocari

    Vertaling:
    wanneer mijn stralende verlangen (het meisje naar wie ik verlang)
    zin heeft een leuk spelletje te spelen
    (Catullus, Carmen, 2, 5-6)
  • naam van een god(in) i.p.v. een begrip uit zijn/haar invloedssfeer

    Cererem
    corruptam undis
    Vertaling:
    Ceres
    (= het graan) bedorven door het water
    (Vergilus, Aeneis. I, 177)
  • materiaal/stof i.p.v. voorwerp

    inutile ferrum
    Vertaling:
    nutteloos ijzer (ijzeren wapen)
    (Vergilius, Aeneis II, 510)
  • pars pro toto ( een deel van het geheel; zie daar)
 

Latijnse grammatica

  1. vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten
  2. syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband
  3. stilistica en taaleigen
    1. algemeen:
      1. a - b
      2. c - m
      3. n - z
      4. narratologie
      5. argumentatie

Vormleer per onderdeel :

  1. zelfstandige naamwoorden
    1. geslachtsregels
  2. bijvoeglijke naamwoorden
    1. corresponderende
    2. trappen vergelijking
  3. bijwoorden
    1. corresponderende
  4. telwoorden
  5. voornaamwoorden
    1. aanwijzende
    2. onbepaalde
    3. vragende
    4. persoonlijke
    5. bezittelijke
    6. betrekkelijke
  6. verba algemeen
    1. onvoltooid act.
    2. onvoltooid pas.
    3. voltooid. act.
    4. voltooid pas.
  7. deponentia
    1. onvoltooid
    2. voltooid
  8. onregelmatige ww
    1. fio fieri
    2. nolo, volo
    3. sum, possum
    4. eo
    5. fero
  9. stamtijden
    1. gewone
    2. (semi)deponentia