CvTE minimumlijst

latijn
vereiste minimumkennis syntaxis 2018:

Temporele bijzinnen

Temporele bijzinnen: geven een tijdsbepaling aan, staan in de indicativus (meestal) of soms ook in de coninuctivus en ze worden ingeleid door:

  • ubi (primum), ut (primum) + ind. = zodra als, toen
    • ubi celeritate vinci senserunt = toen zij merkten dat in snelheid overtroffen werden
    • ut Punicus cultus habitusque suspectos legatos fecit = toen de Punische kleding en houding de gezanten verdacht maakte
  • postquam + ind. perf. = nadat
  • cum + ind. = wanneer, terwijl
  • cum + coni. = toen, nadat ( zie ook causale en concessieve bijzinnen)
    • cum quaereret qui et unde et quo tenderent cursum, = toen hij vroeg wie (zij waren) en vanwaar en waarheen zij koers zetten.
  • priusquam/antequam + ind. = voordat
  • dum + ind. = terwijl, zolang als, totdat
  • dum + coni. = opdat/met de bedoeling dat intussen
  • cum primum / simul (ac) + ind. perf. = zodra als
 
 
 
 
 
 
 

 

 

 

 

 

 

 

Latijnse grammatica

vormleer: deze behandelt de vormen, verbuiging en vervoeging van de verschillende woordsoorten

syntaxis: deze behandelt het vormen van structuur in zinnen en van zinsverband

stilistica en taaleigen
zie onder vormleer!


Syntaxis per onderdeel:

  1. participium
  2. ablativus absolutus.
  3. gerundi(v)um
  4. infinitivus constructies
  5. vraagzinnen
  6. modi in hoofdzin
  7. modi in bijzinnen
    1. van doel
    2. van oorzaak/reden
    3. vergelijkende
    4. van toegeving
    5. van voorwaarde
    6. van gevolg
    7. betrekkelijke
    8. van tijd
  8. nom. voc. locativus
  9. genitivus
  10. dativus
  11. accusativus
  12. ablativus