studiehulp

ovidius 2002
livius 2003
cicero 2004
ovidius 2005
livius 2006

stt. uit CEVO voorkomend in pensum Livius

gewone stt
composita
(semi)deponentia


basiskennis

vormleer
syntaxis

 

latijn
stamtijden in pensum Livius 2003
uit CEVO ( composita)
Composita
praesens
perfectum A
ppp
inf. praesens
betekenis
caedo 3 cecidi caesus caedere 3 vellen, doden
occido 3 oc-cidi oc-cisus occidere 3 doden
capio 3 cepi captus capere 3 pakken, nemen
accipio 3 ac-cepi ac-ceptus accipere 3 ontvangen, verkrijgen; aannemen
concipio 3 con-cepi con-ceptus concipere 3 opnemen, opvatten
excipio 3 ex-cepi ex-ceptus excipere 3 opnemen, ontvangen
praecipio 3 prae-cepi prae-ceptus praecipere 3 voorschrijven, bevelen
recipio 3 re-cepi re-ceptus recipere 3 terugtrekken; opnemen, ontvangen
cedo 3 cessi cessum cedere 3 (weg)gaan, wijken
decedo 3 de-cessi de-cessum decedere 3 weggaan, overlijden
succedo 3 + dat. suc-cessi suc-cessum succedere 3 teruggaan, weggaan
cerno 3 crevi !! cretus !! cernere 3 onderscheiden, zien
decerno 3 de-crevi de-cretus decernere 3 besluiten, beslissen
comprehendo 3 comprehendi * comprehensus comprehendere 3 vastpakken; begrijpen
deprehendo 3 de-prehendi de-prehensus deprehendere 3 grijpen, betrappen
curro 3 cucurri cursum currere 3 rennen
concurro 3 con-curri con-cursum concurrere 3 op elkaar afstormen
do 1 dedi datus dare geven
prodo 3 pro-didi pro-ditus prodere 3 verraden; tonen, laten blijken
reddo 3 red-didi red-ditus reddere 3 teruggeven
trado 3 tra-didi tra-ditus tradere 3 overhandigen, uitleveren, overleveren
duco 3 duxi ductus ducere 3 leiden, brengen
adduco 3 ad-duxi ad-ductus adducere 3 brengen naar, brengen tot
perduco 3 per-duxi per-ductus perducere 3 brengen tot, overbrengen
traduco 3 tra-duxi tra-ductus traducere 3 overbrengen
eo ii itum ire gaan
ineo in-ii in-itum inire binnengaan
pereo per-ii per-itum perire omkomen, ten onder gaan
redeo red-ii red-itum redire teruggaan
subeo sub-ii sub-itum subire gaan onder; opkomen bij
transeo trans-ii trans-itum transire overgaan, overtrekken; voorbijgaan
facio 3 feci factus facere 3 maken; doen
efficio 3 ef-feci ef-fectus efficere 3 tot stand brengen, bewerkstelligen
interficio 3 inter-feci inter-fectus interficere 3 doden
reficio 3 ref-feci re-fectum reficere 3 herstellen
fero tuli latus ferre dragen, brengen; verdragen
confero con-tuli col-latus conferre bijeenbrengen; vergelijken
infero in-tuli il-latus inferre brengen naar, binnen brengen
offero ob-tuli ob-latus offerre aanbieden
refero ret-tuli re-latus referre terugbrengen; berichten, rapporteren
fugio 3 fugi * fugere 3 vluchten
effugio 3 ef-fugi * effugere 3 ontvluchten, ontkomen
fundo 3 fudi fusus fundere 3 gieten, storten
effundo 3 ef-fudi ef-fusus effundere 3 uitgieten, uitstorten
iacio 3 ieci iactus iacere 3 gooien
adicio 3 ad-ieci ad-iectus adicere 3 toevoegen
deicio 3 de-ieci de-iectus deicere 3 neerwerpen, laten vallen
subicio 3 sub-ieci sub-iectus subicere 3 onderwerpen
iuvo 1 iuvi iutus iuvare helpen
adiuvo 1 ad-iuvi ad-iutus adiuvare helpen
lego 3 legi * lectus legere 3 verzamelen; kiezen; lezen
colligo 3 col-legi col-lectus colligere 3 verzamelen
deligo 3 de-legi de-lectus deligere 3 (uit)kiezen
intellego 3 intel-lexi intel-lectus intellegere 3 begrijpen
mitto 3 misi missus mittere 3 zenden, sturen
amitto 3 a-misi a-missus amittere 3 verliezen
committo 3 com-misi com-missus committere 3 aangaan (proelium); begaan (scelus); toevertrouwen (+ dat.)
dimitto 3 di-misi di-missus dimittere 3 wegsturen, laten gaan
permitto 3 per-misi per-missus permittere 3 toevertrouwen; toestaan
praemitto 3 prae-misi prae-missus praemittere 3 ooruit zenden
remitto 3 re-misi re-missus remittere 3 terugsturen; loslaten
moveo movi ** motus movere 2 bewegen, verplaatsen
admoveo ad-movi ** ad-motus admovere 2 erbij brengen, voeren
nosco 3 novi notus noscere 3 leren kennen
cognosco 3 cog-novi cog-nitus cognoscere leren kennen, vernemen
peto 3 peti(v)i petitus petere 3 vragen; streven naar; gaan naar, afgaan op
repeto 3 re-peti(v)i re-petitus repetere 3 herhalen; opnieuw verlangen
pono 3 posui positus ponere 3 plaatsen, neerleggen
dispono 3 dis-posui dis-positus disponere 3 verdelen, regelen
impono 3 im-posui im-positus imponere 3 leggen op, plaatsen op; opleggen
propono 3 pro-posui pro-positus proponere 3 openbaar maken; voor ogen stellen, voorstellen.
premo 3 pressi pressus premere 3 drukken; in moeilijkheden brengen
opprimo 3 op-pressi op-pressus opprimere 3 neerdrukken; overweldigen, overvallen
rumpo 3 rupi ruptus rumpere 3 breken
corrumpo 3 cor-rupi cor-ruptus corrumpere 3 bederven; omkopen
sedeo sedi ** sessum sedere 2 zitten
obsideo ob-sedi ob-sessum obsidere 2 bezetten, belegeren
statuo 3 statui * statutus statuere 3 stellen; vaststellen; besluiten
instituo 3 in-stitui * in-stitutus instituere 3 instellen, beginnen
restituo 3 re-stitui * re-stitutus restituere 3 herstellen, teruggeven
sto 1 steti statum stare staan
obsto 1 ob-stiti obstare in de weg staan, hinderen
consisto 3 con-stiti consistere 3 gaan staan, blijven staan
desisto 3 de-stiti desistere 3 ophouden
resisto 3 re-stiti resistere 3 weerstand bieden
suadeo suasi suasus suadere 2 aanraden
persuadeo + dat per-suasi per-suasus persuadere 2 overreden, overtuigen
sum fui (futurus) esse zijn
desum de-fui   deesse ontbreken; afwezig zijn
praesum + dat. prae-fui   praeesse aan het hoofd staan van
supersum super-fui   superesse overblijven
tendo 3 tetendi tentus tendere 3 (uit)strekken; streven naar
intendo 3 in-tendi * in-tentus intendere 3 spannen, richten; van plan zijn
teneo tenui tentus tenere 2 (vast)houden
contineo con-tinui con-tentus continere 2 (bijeen) houden, omvatten
obtineo ob-tinui ob-tentus obtinere 2 in bezit nemen; in bezit houden
pertineo per-tinui per-tentus pertinere 2 zich uitstrekken tot; betrekking hebben op
sustineo sus-tinui sus-tentus sustinere 2 omhoog houden; uithouden
venio 4 veni * ventum venire komen
convenio 4 con-veni * con-ventum convenire samenkomen
invenio 4 in-veni * in-ventum invenire vinden
pervenio 4 per-veni * per-ventum pervenire (aan)komen, bereiken
verto 3 verti * versus vertere 3 draaien, wenden; veranderen
averto 3 a-verti * a-versus avertere 3 afwenden
converto 3 con-verti * con-versus con-vertere 3 (om)draaien; veranderen

 

 

 

wr.koopmans © 2000/02