werkvertaling Livius Ab Vrbe Condita XXI, 40, 8-11




5



10


Ja maar: ze zijn wel met weinigen, maar krachtig van geest
en lichamen, waarvan de sterkte en krachten nauwelijks enige kracht
kan weerstaan. Integendeel (het zijn) schaduwen en schimmen van mensen, door honger,
kou, modder, vuiligheid uitgeput, gekneusd en verzwakt
tussen rotsen en rotswanden; hierbij nog bevroren ledematen, door de sneeuw stijve
spieren, door het ijs bevroren ledematen, beschadigde en gebroken wapens,
kreupele en zwakke paarden. Met deze ruiterij en met dit voetvolk
staan jullie op het punt te vechten; met laatste overblijfselen van de vijand niet met de vijand
hebben jullie (te maken); en voor niets vrees ik meer dan dat het aan iemand, wanneer jullie
gevochten hebben, zal toeschijnen dat de Alpen Hannibal overwonnen hebben (ipv jullie).
Maar misschien paste het wel zo, dat de goden zelf met de aanvoerder en het volk,
als verbreker van verdragen, zonder enige menselijke hulp, de oorlog begonnen en
beslisten, (en dat) wij die direct na de goden gekrenkt zijn
de begonnen en besliste oorlog afmaken.