basiskennis
latijn
vereiste kennis
stilistica

"Lijst Stilistische en narratologische middelen minimumlijst Latijn CEVO"
De CEVO gaat ervan uit dat de kandidaten vertrouwd zijn met de volgende stilistische en narratolische begrippen.

STILISTISCHE BEGRIPPEN EXTRA EPOS

Dactylische hexameter
Metrische effecten door de afwisseling van dactylus en spondee

Het toepassen van veel spondeeën in een versregel suggereert somberheid/traagheid/nadruk, terwijl veelvuldig gebruik van dactyli luchtigheid/snelheid kan uitdrukken

illud
auditum saxis intellectumque ferarum
sensibus …
.

Vertaling:
dat is gehoord door rotsen en begrepen door de zintuigen van wilde dieren
(Ovidius, Metamorphoses 11, 42)

Een aparte plaats hierbij neemt het zgn. versus spondiacus in: dit is een vers waarin de 5e versvoet (de voorlaatste) uit een spondee bestaat, iets dat heel zelden gebeurt, zelfs als de andere versvoeten uit spondeeën bestaan.:

Elisie
Het gegeven dat, als een woord op een klinker of een -m eindigt en het volgend woord met een klinker of h- begint, in de uitspraak en in de metriek de slotlettergreep wegvalt.

Het meermaals voorkomen van elisie kan opwinding, zwaarmoedigheid en ook gehuil uitdrukken.

illa redit iuvenemque oculis animoque requirit
Vertaling:
keert zij terug en zoekt de jongeman met haar ogen en in haar geest,
(Ovidius, Metamorphoses 4, 129)

Enjambement
een zin loopt over het einde van een vers heen (dus geen leesteken daar!) en eindigt op de eerste plaats of één van de eerste plaatsen in het volgende vers voor een leesteken; hierdoor krijgt dat woord bijzondere nadruk! Na een leesteken op het eind van een vers is het alleen de nadruk van de eerste plaats in een vers.

In nova fert animus mutatas dicere formas
corpora;

Vertaling:
Mijn geest brengt mij ertoe te/wil vertellen over de gedaantes, die veranderd zijn in nieuwe
lichamen:

(Ovidius, Metamorphoses 1, 1-2)

serius egressus vestigia vidit in alto
pulvere certa ferae totoque expalluit ore
Pyramus:
.

Vertaling:
Te laat naar buiten gegaan zag hij de voetsporen in het diepe
stof, die zeker van een wild dier waren en hij verbleekte over zijn hele gezicht
Pyramus.

(Ovidius, Metamorphoses 4, 105-107)

 

 

basiskennis
1. vormleer
2. syntaxis

vertaaltips
gulden regels

per onderdeel
    vormleer:
  1. substantiva
  2. adiectiva
  3. adverbia
  4. correlativa
    1. adiectiva
    2. adverbia
  5. pronomina
    1. demonstrativa
    2. indefinita
    3. interrogativa
    4. personalia
    5. possessiva
    6. relativa
  6. numeralia
  7. verba algemeen
    1. onvolt. act.
    2. onvolt. pas.
    3. volt. act.
    4. volt. pas.
  8. deponentia
    1. praesens
    2. perfectum
  9. onregelmatige ww
  10. stamtijden
    1. deponentia
    2. composita

  11. syntaxis:

  12. participium
  13. abl.abs.
  14. gerundi(v)um
  15. aci en nci
  16. gebruik tempora
  17. modi in hoofdzin
  18. modi in bijzinnen
    1. afh. vraagzin
    2. causale
    3. comparatieve
    4. concessieve
    5. conditionele
    6. consecutieve
    7. relatieve
    8. temporele
  19. nominativus
  20. genitivus
  21. dativus
  22. accusativus
  23. ablativus
  24. vocativus
  25. locativus e.a.