basiskennis
latijn
vereiste kennis
ablativus absolutus

De ablativus absolutus (abl.abs) is in feite niets anders dan het participium coniunctum (= naamwoord + ptcp) in de ablativus en vormt zo een bijwoordelijke bepaling (los van de rest van de zin)!

De abl.abs is begonnen met uitdrukkingen als bijv.:
manibus trementibus ianuam aperuit : "met trillende handen opende hij de deur".
Omdat er in het Nederlands bijna geen enkele abl.abs letterlijk vertaald kan worden, maken we steeds gebruik van een hota-zin: "hoewel/omdat/terwijl/toen/(anders) zijn handen trilden opende hij de deur".

Onthoud: een abl.abs. is nooit een noodzakelijk onderdeel van een zin; hij geeft alleen wat extra omstandigheden o.i.d. aan.

Je kunt bij het vertalen hem dus altijd eerst even overslaan en pas als laatste van de zin vertalen.

1.  Hoe herken ik een abl.abs?

  • het is een nomen en een ptcp. in de abl! Als je dus een ptcp. in de abl. ziet krijg je bijna altijd een abl. abs.
  • alleen het ppa en het ppp worden in de abl. abs. gebruikt dus alleen de volgende uitgangen kunnen abl. abs. aangeven:
    • ppa: -nte of -ntibus vertaling: gelijktijdig
    • ppp: -(t)o of -(t)a of -(t)is vertaling: voortijdig nb: ipv (t) kan er ook een andere letter staan meestal dan een -s- !

2. Hoe vertaal ik een abl.abs?

 
  • Vul een voegwoord in:
    • bij het ppa (gelijktijdig) neem je het best eerst "terwijl".
    • bij het ppp (voortijdig) neem je het best eerst "toen, nadat ".
  • Dan vertaal je:
    • het nomen als onderwerp
    • het ptcp als persoonsvorm
  • Tot slot kijk je of soms één van de andere hota-woordjes beter past.

klaar is kees! (of wie dan ook)

basiskennis
1. vormleer
2. syntaxis

vertaaltips
gulden regels

per onderdeel
    vormleer:
  1. substantiva
  2. adiectiva
  3. adverbia
  4. correlativa
    1. adiectiva
    2. adverbia
  5. pronomina
    1. demonstrativa
    2. indefinita
    3. interrogativa
    4. personalia
    5. possessiva
    6. relativa
  6. numeralia
  7. verba algemeen
    1. onvolt. act.
    2. onvolt. pas.
    3. volt. act.
    4. volt. pas.
  8. deponentia
    1. praesens
    2. perfectum
  9. onregelmatige ww
  10. stamtijden
    1. deponentia
    2. composita

  11. syntaxis:

  12. participium
  13. abl.abs.
  14. gerundi(v)um
  15. aci en nci
  16. gebruik tempora
  17. modi in hoofdzin
  18. modi in bijzinnen
    1. afh. vraagzin
    2. causale
    3. comparatieve
    4. concessieve
    5. conditionele
    6. consecutieve
    7. relatieve
    8. temporele
  19. nominativus
  20. genitivus
  21. dativus
  22. accusativus
  23. ablativus
  24. vocativus
  25. locativus e.a.