consul consul

 
enkelvoud
meervoud
nom.
consul
 
consul
es
gen.
consul
is
consul
um
dat.
consul
i
consul
ibus
acc.
consul
em
consul
es
abl.
consul
e
consul
ibus
voc.
 
 
Basisbetekenissen van de naamvallen: (voor de andere betekenissen klik op de naam van de naamval!
Nominativus: onderwerp, naamwoordelijk deel, bijstelling bij ondw.
Genitivus: van
Dativus: aan, voor, meew. vw.
Accusativus: lijdend voorwerp
Ablativus: vanaf, door, met
Vocativus ( beh. bij -us 2e decl. ev = nom!) aanspreekvorm