filia dochter

 
enkelvoud
meervoud
nom.
fili
a
fili
ae
gen.
fili
ae
fili
arum
dat.
fili
ae
fili
is
acc.
fili
am
fili
as
abl.
fili
a
fili
is
voc.    
 
Basisbetekenissen van de naamvallen: (voor de andere betekenissen klik op de naam van de naamval!
Nominativus: onderwerp, naamwoordelijk deel, bijstelling bij ondw.
Genitivus: van
Dativus: aan, voor, meew. vw.
Accusativus: lijdend voorwerp
Ablativus: vanaf, door, met
Vocativus ( beh. bij -us 2e decl. ev = nom!) aanspreekvorm