basiskennis
latijn
vereiste kennis
gerundi(v)um
het gerundium
Voor het in de praktijk vertalen zie -nd- vormen
Het gerundium is het werkwoord (de infinitivus) gebruikt als zelfstandig naamwoord: "het roepen".
Vorm is praesensstam -nd- + uitgangen ev. van bellum:
nom. vocare het roepen
gen. vocandi van het roepen
dat. vocando aan/voor het roepen
acc. ad vocandum tot het roepen > om te roepen
abl. vocando door het roepen
Het gerundium is niet alleen ZN maar blijft ook werkwoord en kan dus een lijdend voorwerp bij zich hebben (in de naamval die bij het ww. hoort, bijv:

epistulam scribere: = "het-een-brief-schrijven" > "het schrijven van een brief".
NB: ad utendum libro = "tot-het-een-boek-gebruiken" > tot het gebruiken van een boek > om een boek te gebruiken.
vinum bibendo: = "door het-wijn-drinken" > "door het drinken van wijn".

Voor het in de praktijk vertalen zie -nd- vormen
 
het gerundivum
Het gerundivum is het werkwoord gebruikt als bijvoeglijk naamwoord met de betekenis -swaardig of "moetende worden":
M
F
N
enkelvoud
nom. vocandus vocanda vocandum
gen. vocandi vocandae vocandi
dat. vocando vocandae vocando
acc. vocandum vocandam vocandum
abl. vocando vocanda vocando
meervoud
nom. vocandi vocandae vocanda
gen. vocandorum vocandarum vocandorum
dat. vocandis vocandis vocandis
acc. vocandos vocandas vocanda
abl. vocandis vocandis vocandis
Gebruik van het gerundivum: (voor vertaling in de praktijk klik hier!)
  • met vorm van esse ("zijn") of videri ("schijnen") in de nom. of acc.-zonder-voorzetsel: (ook in de a.c.i. als esse erbij gedacht moet worden!:
    • -swaardig:
      • servus laudandus est = de slaaf is prijzenswaardig / hij is een prijzenswaardige slaaf
      • liber legendus/scribendus videtur = het boek schijnt lezenswaardig/schrijvenswaardig
    • "moetende worden", door wie iets (gedaan) moet worden staat in de dat. auctoris!
      • servus (mihi) vocandus est = de slaaf moet (door mij) geprezen worden.
      • pugnandum est (nobis) = er moet (door ons) gestreden worden.
      • (Caesar dixit) miltibus suis fortiter cum inimicis pugnandum (esse) = dat er door zijn soldaten dapper met de vijanden gestreden moest worden.
  • zonder vorm van esse of videri :
    • het zgn. dominant gebruik, vertaling als het gerundium en in de vertaling het woordje "van" gebruiken, ook al staat er in het Latijn geen gen.
      • Na vz: Milites mittuntur ad hostes profligandos = soldaten worden gestuurd tot het verslaan van de vijanden. (> om ....te verslaan)
      • Na vz: De Pompeio interficiendo consilia capiunt = zij maken plannen over / aangaande het doden van Pompeius (> om .....te doden)
      • abl.: Pompeio interficiendo Augustus princeps factus est = door het doden van Pompeius is Augustus keizer geworden.
      • dat.: Tresviri creati sunt legibus scribendis = er zijn driemannen gekozen voor het schrijven van de wetten. (> om...te schrijven)
      • gen.: Consilium capimus urbis delendae = wij vatten het plan op van het verwosten van de stad (> om...te verwoesten)
  • bijzonderheden:
    • na ww. van "geven" : om te...
      • mihi senatus urbem defendendam dat = de senaat geeft mij de stad om (haar) te verdedigen.
    • curo + -nd- vorm: laten...
      • Caesar pontem faciendum curat = Caesar laat een brug bouwen.

basiskennis
1. vormleer
2. syntaxis

vertaaltips
gulden regels

per onderdeel
    vormleer:
  1. substantiva
  2. adiectiva
  3. adverbia
  4. correlativa
    1. adiectiva
    2. adverbia
  5. pronomina
    1. demonstrativa
    2. indefinita
    3. interrogativa
    4. personalia
    5. possessiva
    6. relativa
  6. numeralia
  7. verba algemeen
    1. onvolt. act.
    2. onvolt. pas.
    3. volt. act.
    4. volt. pas.
  8. deponentia
    1. praesens
    2. perfectum
  9. onregelmatige ww
  10. stamtijden
    1. deponentia
    2. composita

  11. syntaxis:

  12. participium
  13. abl.abs.
  14. gerundi(v)um
  15. aci en nci
  16. gebruik tempora
  17. modi in hoofdzin
  18. modi in bijzinnen
    1. afh. vraagzin
    2. causale
    3. comparatieve
    4. concessieve
    5. conditionele
    6. consecutieve
    7. relatieve
    8. temporele
  19. nominativus
  20. genitivus
  21. dativus
  22. accusativus
  23. ablativus
  24. vocativus
  25. locativus e.a.