Iuppiter Iuppiter

 
enkelvoud
meervoud
nom.
Iuppiter
     
gen.
Iov
is    
dat.
Iov
i    
acc.
Iov
em    
abl.
Iov
e    
voc.
     
Basisbetekenissen van de naamvallen: (voor de andere betekenissen klik op de naam van de naamval!
Nominativus: onderwerp, naamwoordelijk deel, bijstelling bij ondw.
Genitivus: van
Dativus: aan, voor, meew. vw.
Accusativus: lijdend voorwerp
Ablativus: vanaf, door, met
Vocativus ( beh. bij -us 2e decl. ev = nom!) aanspreekvorm