participia (constructies)

Er zijn 3 participia:
naam
vorm/kenmerk
vertaling
verbuiging als
ppa voca-ns, voca-nt-is roepend(e)       gelijktijdig vocans
ppp voca-tus, voca-ta, voca-tum geroepen (voltooid deelwoord)  voortijdig bonus, -a, -um
ppf voca-turus, voca-tura, voca-turum
  1. zonder vorm van esse
    1. om te roepen
    2. zullende roepen
  2. met vorm van esse
    1. van plan te roepen
    2. op het punt te roepen
    3. voorbestemd te roepen
      1. voorbeelden
bonus, -a, -um
gebruik van het participium
  • letterlijk:
    • roepend (ppa)
    • geroepen (ppp)
voorbeelden
  • ptc. coniunctum: hota-bijzin:
    • hoewel
    • omdat
    • voegwoord van tijd
    • anders
  • ptc. coniunctum, ook mogelijk:
    • betrekkelijke bijzin
    • bijwoordelijke bepaling
  • dominant ptc: de betekenis van het ptc. is belangrijker dan die van het bijbehorende nomen: vertalen als substantief + van.
voorbeelden
  • zelfstandig:
    • lidwoord + participium
    • iemand / mensen die
    • substantief
voorbeelden
  • ptc. deponentia:
    • "ppa": ook dep. hebben een ptc. -ns, -nt-is. Vertaling: -nd(e) , gelijktijdig en alle andere gebruiksvormen.
    • "ppp": het ppp op -tus, -ta, -tum betekent bij dep. ge....... hebbend (voortijdig), maar mag ook gelijktijdig met -nd(e) vertaald woorden in alle gebruiksvormen.
voorbeelden
  • bijzonderheden:
    • ontkenningen bij ptc.
    • ppp in a.c.i
    • ppa in a.c.p
ablativus absolutus (zie daar)