Onthoud: de vormen van de relativa (betrekkelijke voornaamwoorden) en van de interrogativa (vragende voornaamwoorden) zijn aan elkaar gelijk, behalve:
quis =
altijd: wie? ; quid = altijd: wat? (waarom); quod = 1) (dat,) wat, welke 2) omdat
Let op: quia = aangezien, omdat ! Let op: qua = (ook) : waarlangs; quo = (ook) : waarheen
quis, quid, qui, quae, quod ?
  • vragend = wie ?, wat ?, welke ?
  • betrekkelijk = (degene), die; (dat), wat; ,dat
M
F
N
nom. sg
qui
quae
quod
gen. sg
cuius
cuius
cuius
dat. sg
cui
cui
cui
acc. sg
quem
quam
quod
abl. sg
quo
qua
quo
 
nom. pl
qui
quae
quae
gen. pl
quorum
quarum
quorum
dat. pl
quibus
quibus
quibus
acc. pl
quos
quas
quae
abl. pl
quibus
quibus
quibus
Zie hier voor het gebruik in vraagzinnen en relatieve bijzinnen
 
 
 

 

 

pronomina relativa / interrogativa
"de QU-vormen"