participium coniunctum (betr. bijzin)

Een participium, verbonden aan een ander woord in de zin (coniunctum) kan vertaald worden met een betrekkelijke bijzin.
Voorbeelden: (voor uitgebreide uitleg klik hier)
  • metentem agricolam et serentem = een boer die zaait en (een boer) die oogst (Sen. ep. 9)
  • in nova corpora mutatas formas = vormen, die veranderd zijn in nieuwe lichamen (Ov. Met. I,1)
  • tot iugera prementem Pythona = de Python die zoveel morgens land bedekte (Ov. Met. I,459)
  • positos sine lege capillos = haren, die wanordelijk neerhingen/ geplaatst waren (Ov. Met. I,477)
  • igne micantes oculos = ogen, die fonkelen met/van vuur (Ov. Met. I,498)
  • ad verba revocantis = op de woorden van hem, die (haar) terugriep (Ov. Met. I,503)
  • ad Valerium Laevinum praetorem, circa Luceriam castra habentem. = naar praetor Valerius Laevinus, die rond Luceria een kamo had.
  • loci ..... usus ministrantis humano generi = van de plaats, die het gebruik ....verschaft aan het menselijk geslacht.
  • cupientium ..iacientium = van mensen die willen ....die gooien (Liv. XXXIII, 33)
  • dicente praetore Dinocrate esse, quae pertinentia = terwijl de hoogste magistraat Dinocrates zei dat er (dingen) waren, die betrekking hadden