puer jongen, slaaf

 
enkelvoud
meervoud
nom.
puer
 
puer
i
gen.
puer
i
puer
orum
dat.
puer
o
puer
is
acc.
puer
um
puer
os
abl.
puer
o
puer
is
voc.
 
 
Basisbetekenissen van de naamvallen: (voor de andere betekenissen klik op de naam van de naamval!
Nominativus: onderwerp, naamwoordelijk deel, bijstelling bij ondw.
Genitivus: van
Dativus: aan, voor, meew. vw.
Accusativus: lijdend voorwerp
Ablativus: vanaf, door, met
Vocativus ( beh. bij -us 2e decl. ev = nom!) aanspreekvorm