Relatieve bijzinnen

Betrekkelijke bijzinnen: zijn bijvoeglijke bepalingen bij een naamwoord en worden ingeleid door een betrekkelijk voornaamwoord (relativum).

  • Algemeen:
    • het naamwoord waarop het betrekkelijk voornaamwoord betrekking heeft noemen we het antecedent:
      • het antecedent kan ook achter de betrekkelijke bijzin staan.
    • het betrekkelijk voornaamwoord komt in geslacht en getal overeen met het antecedent, maar de naamval ervan wordt bepaald door de functie, die het heeft in de bijzin.
    • betrekkelijke bijzinnen staan gewoonlijk in de indicativus.
    • er zijn twee bijzondere soorten betrekkelijke (bij)zinnen:
      • betrekkelijke bijzin in de coniunctivus (zie hieronder)
      • het relativum verbindt twee hoofdzinnen: relatieve aansluiting (zie hieronder)
  • Betrekkelijke bijzin in de indicativus:
    • gewoon: in het Ned. na voorzetsels = wie, wat; waarmee etc.
      • Coronen, quamhostes petebant = Corone, waarheen de vijanden op weg waren
    • met ingesloten antecedent:
      • qui adducebant = degenen die Philopoemen brachtten
      • dicente praetore Dinocrate esse, quae pertinentia = terwijl de hoogste magistraat Dinocrates zei dat er (dingen) waren, die betrekking hadden
      • ita fecisse eum, quae senatui placuissent, = dat hij de dingen die de senaat besloten had zo gedaan had,
  • Betrekkelijke bijzin in de coniunctivus:
    • finaal: de betrekkelijke bijzin drukt een (be)doel(ing) uit: opdat hij, om te:
      • Dat qui prosequantur = Hij geeft (mensen mee) om (hen) te begeleiden
      • L. Valerius Antias, qui praeesset = L. Valerius Antias, opdat hij hij aan het hoofd stond ( om aan het hoofd te staan)
      • ferrum, quo se tutari ..possent = een zwaard opdat zij zich daarmee konden verdedigen
    • definiërend: de betrekkelijke bijzin geeft een persoon of groep aan waarop een bepaalde hoedanigheid/uitspraak van toepassing is: zo/zulk/zodanig ... (dat)
      • pauci sunt qui ... disponant = Er zijn weinigen die zó zijn dat ze ... vaststellen (Sen. Ep. 23)
      • maius gaudium fuit quam quod universum homines acciperent = de vreugde was groter/te groot dan dat de mensen die helemaal begrepen
      • eventus eorum rettuli, qui se stirpemque suam, domos, regna funditus evertissent. = de huiveringwekkende gevolgen daarvan verteld, die zo waren dat zij zichzelf, hun nageslacht, hun families en koninkrijken met wortel en al hadden uitgeroeid!
      • neque eum se esse, qui ullius impii consilii auctor futurus videri possit = dat hij(zelf) niet zo'n iemand is, die de indruk kan wekken de initiatiefnemer te zullen zijn van enig goddeloos plan
  • Relatieve aansluiting: een betrrekkelijk voornaamwoord/bijwoord na de leestekens . ; : ? ! verbindt twee hoofdzinnen aan elkaar en moet vertaald worden met een persoonlijk of aanwijzend voornaamwoord, eventueel voorafgegaan door één van de woordjes en, maar, want, om het verband met de vorige zin aan te geven.
    • legatosque ad Hannibalem misit; qui ...egressi sunt = en hij zond gezanten naar Hannibal; (En) zij ....zijn van boord gegaan.
    • Ex quibus alia ..alia ... = Van die dingen .. sommigen ... anderen (Sen. Ep. 23)
    • . Quibus satis cognitis = (En) nadat deze dingen voldoende onderzocht waren
    • ; quod ad quemque pertinebat = (en) over dat wat op ieder betrekking had
    • . Quibus dum locum ad evadendas angustias .. praebet = terwijl hij aan hen de gelegenhied verschaft om uit de engte te ontsnappen