res zaak, ding

 
enkelvoud
meervoud
nom.
r
es
r
es
gen.
r
ei
r
erum
dat.
r
ei
r
ebus
acc.
r
em
r
es
abl.
r
e
r
ebus
voc.
 
 
Basisbetekenissen van de naamvallen: (voor de andere betekenissen klik op de naam van de naamval!
Nominativus: onderwerp, naamwoordelijk deel, bijstelling bij ondw.
Genitivus: van
Dativus: aan, voor, meew. vw.
Accusativus: lijdend voorwerp
Ablativus: vanaf, door, met
Vocativus ( beh. bij -us 2e decl. ev = nom!) aanspreekvorm