urbs stad

 
enkelvoud
meervoud
nom.
urbs
 
urb
es
gen.
urb
is
urb
ium
dat.
urb
i
urb
ibus
acc.
urb
em
urb
es
abl.
urb
e
urb
ibus
voc.
 
 
Basisbetekenissen van de naamvallen: (voor de andere betekenissen klik op de naam van de naamval!
Nominativus: onderwerp, naamwoordelijk deel, bijstelling bij ondw.
Genitivus: van
Dativus: aan, voor, meew. vw.
Accusativus: lijdend voorwerp
Ablativus: vanaf, door, met
Vocativus ( beh. bij -us 2e decl. ev = nom!) aanspreekvorm