studiehulp

ovidius 2002
livius 2003
cicero 2004
ovidius 2005
livius 2006

stt. uit CEVO voorkomend in pensum Livius

gewone stt
composita
(semi)deponentia


basiskennis

vormleer
syntaxis

 

vertaaltips
latijn

VERTALEN VAN LATIJN

tips voor het vertalen van (nog) niet gelezen Latijnse teksten

Vooraf: Je kunt Latijn niet zomaar uit de losse hand vertalen. Kijk steeds goed naar uitgangen en andere kenmerken. "Wie niet sterk is moet slim zijn". De uitgangen en kenmerken waar je op moet letten en de valkuilen die je moet vermijden vind je onder de "gulden regels".

ga nu alsvolgt te werk:
  • lees de inleiding (of het reeds vertaalde gedeelte) goed door.
  • (bij proefvertalingen:) onderstreep de gegeven woordjes!
  • lees eerst de hele Latijnse zin een keer door, let daarbij vooral op:
    • uitgangen van (voor)naamwoorden en werkwoorden, zodat je je al een beeld kunt vormen van onderwerp, persoonsvorm etc.
    • speciaal examen 2002: Ovidius: determineer de naamvallen en werkwoordsvormen nauwgezet, want bij dichters is de volgorde (voor ons gevoel) volkomen willekeurig; je moet dus op grond vormen bepalen wat wat is en wat bij elkaar hoort !!
    • structuurkenmerken zoals leestekens, voegwoordjes, hoofd- en bijzinnen.
    • vormen of woorden waarbij een lichtje moet gaan branden! (zie '' gulden regels")
    • welke woorden je niet kent en moet opzoeken!
  • zoek de woorden die je niet kent op! zie ook: tips voor het opzoeken van Latijnse woorden.
  • Vertaal pas als je precies weet wat elk woord is!

  • Ga met de informatie die je nu hebt de zin vertalen volgens het aloude POL-concept: (in het Latijn immers is niet de woordvolgorde bepalend voor de betekenis, maar wordt alles bepaald door de woord-uitgangen! )

    • zoek per hoofd- en bijzin de Persoonsvorm en vertaal deze in de juiste persoon en tijd. (Als er geen pv. is, maar alleen een infinitivus denk dan aan a.c.i. = indirecte rede of aan infinitivus historicus!). Laat ook tot je doordringen wat voor soort ww. de pv. is en wat je kunt verwachten: bijv.
      • een koppelwerkwoord ( bijv. esse, videri, e.d.) dan volgt een naamwoordelijk deel van het gezegde
      • komt er na het ww. een aanvullingsinfinitivus ( bijv. kunnen)
      • kun je na het ww. een a.c.i. verwachten? (bijv. dicere, iubere e.d.) volledig hier!
      • heeft het ww. een speciale naamval als object? (bijv. utor 3 + abl.)
      • is het een onovergankelijk ww.? dan volgt er geen object.

    • kijk nu of het Onderwerp ook uitgedrukt is en/of nadere bepalingen heeft ( zoek dus de nominativi!). Vertaal nu P en O en eventuele hierbij horende bepalingen.
    • kijk nu of er een Lijdend voorwerp (object) is. Zo ja, vertaal dan nu P, O en L. Hiermee heb je de "kapstok", waaraan je de rest van de zin kunt "ophangen".

    • kijk tenslotte welke woorden je niet vertaald hebt en vertaal deze.
    • vertaal participia coniuncta en ablativi absoluti het laatst.

  • Lees je vertaling door en ga na of je een begrijpelijke zin hebt gekregen. Zo niet kijk dan of je kunt ontdekken wat je fout gedaan hebt.
Houd steeds de "gulden regels" in je achterhoofd en houd een lijst bij, waarin je noteert wat je nog fout doet of weer fout gedaan hebt!

 

 

 

wr.koopmans © 2000/02