• a(b)
    • a(b) + abl.
      • = van(af)
        • ab origine mundi = vanaf het begin van de wereld (Ov. Met. I,3)
      • bij personen en passief = door
      • a Philippo rege se missum ait = hij zei dat hij door koning Philippus gezonden was
  • cum
    • cum + abl.
      • met
        • victoria cum Poenis erat = de overwinning was met de Poeniërs
        • cum ipsa urbe Roma = met de stad Rome zelf
        • cum quibus = met wie
  • e(x)
    • e(e) + abl.
      • = uit
        • e sagitifera prompsit = hij haade uit zijn pijlenkoker tevoorschijn (Ov. Met. I,468)
  • sine
    • pro + abl.
      • voor, ter verdediging van
        • pro libertate aliorum = voor/ter verdediging van
      • in plaats van, in verhouding tot
  • sine
    • sine + abl
      • = zonder
        • sine lege = zonder orde = wanordelijk(Ov. Met. I,477)
    •  

 
 
 
 
 
 
 
 
 
voorzetsels met ablativus