• in
    • in + acc.
      • = naar, naar binnen, ...... in, in (als resultaat van een beweging)
        • in nova corpora mutatas = (gedaantes), veranderd in nieuwe lichamen (Ov. Met. I,1)
        • in flammas abiit = hij raakte in vuur en vlam (Ov. Met. I,495)
      • = jegens
    • in + abl.
      • = in, op, bij
        • in nympha fixit = maakte hij vast in de nimf (Ov. Met. I,472)
        • in cervice haerens = om de nek hangend(Ov. Met. I,485)
        • in terris = op aarde
  • sub
    • sub + acc.
      • onder (met richting)
    • sub + abl.
      • onder, onderaan
        • habet sub harundine plumbum = heeft onderaan de schacht lood (Ov. Met. I,471)
        • sub luce = tegen het licht(worden) aan (Ov. Met. I,494)
 
 
 
 
 
 
 
 
 
voorzetsels met accusativus en ablativus