Vraagzinnen

Vraagzinnen worden onderscheiden in directe vraagzinnen, deze staan op zichzelf als hoofzin, en indirecte/afhankelijke vraagzinnen, deze zijn afhankelijk van werkwoorden als vragen, zeggen, menen, weten, twijfelen e.d. Beide soorten vraagzinnen worden ingeleid door vragende voornaamwoorden, vragende bijwoorden of vraagpartikels.

Directe vraagzinnen: deze staan in de indicativus; staan ze in de coni. dan is dit een dubitativus.
  • eenledige, ingeleid door vragend voornaamwoord/bijwoord:
    • demonstrat quae loca quosque saltus aut Romanus aut hostes teneant = hij laat zien welke plaatsen en welke bergpassen of de Romeinen of de vijanden bezet houden.
  • eenledige, ingeleid door vraagpartikels:
    • -ne : geeft alleen maar dat het vraag is; onvertaald, alleen ? aan het eind.
    • nonne : verwacht antwoord "ja", vertaling: toch (zeker, wel)?, niet?
    • num : verwacht antwoord "nee", vertaling: toch niet?, wel?
  • tweeledige, ingeleid door:
    • utrum .... an = ('niks') ..... of
    • -ne .....an = ('niks') ..... of
    • ('niks') .... an = ('niks') ..... of
Indirecte/afhankelijke vraagzinnen staan altijd in de coniunctivus.
  • eenledige worden ingeleid door een vragend voornaamwoord/bijwoord:
    • Quid sit aut unde subeat (interrogas)= (je vraagt) wat het is of vanwaar het komt. (Sen. Ep. 23)
    • utrius populi mallet victoriam esse .....fluctuatus animo fuerat = hij was weifelend geweest in zijn geest van welk van beide volken hij liever wilde dat de overwinning was
    • cum quaereret qui et unde et quo tenderent cursum, = toen hij vroeg wie (zij waren) en vanwaar en waarheen zij koers zetten.
  • tweeledige worden ingeleid door:
    • utrum .... an = of ..... of
    • -ne .....an = of ..... of
    • ('niks') .... an = of ..... of
      • negat venisse se cum multitudine ad ianuam meam, an ferro succinctos secum fuisse? = Ontkent hij dat hij met een menigte naar mijn deur gekomen is of dat met een zwaard omgorde (mannen) bij hem waren?
 
 
 
 
 
 
 
 
  • quid Hymen, quid Amor, quid sint conubia, non curat = zij bekommert zich er niet om wat Hymen, wat Amor, wat een huwelijk is (Ov. Met. I,480)