basiskennis
latijn
vereiste kennis
stilistica

"Lijst Stilistische en narratologische middelen minimumlijst Latijn CEVO"
De CEVO gaat ervan uit dat de kandidaten vertrouwd zijn met de volgende stilistische en narratolische begrippen.

NARRATOLOGISCHE BEGRIPPEN

Alwetende verteller
Persoon die alle kennis van gebeurtenissen, achtergronden en afloop van het verhaal heeft en weet wat er in het innerlijk van de personages omgaat

Prospectie
Het inlassen van een handeling of mededeling die vooruitloopt op / een aankondiging is van iets dat in de toekomst gaat gebeuren (flash-forward)

dedit oscula nato
non iterum repetenda suo
Vertaling:
Dan geeft aan zijn zoontje hij kussen,
-nooit meer door hem te herhalen!

(Ovidius, Metamorphoses 8, 211-212)

 Raamvertelling
Verhaal dat als een kader één of meer andere verhalen omsluit

Het diner bij Dido als kader waarbinnen Aeneas zijn verhalen vertelt.

 Retrospectie
Het inlassen van een handeling of mededeling die terugwijst naar iets dat is gebeurd (flash-back)

Stipes erat quem, cum partus enixa iaceret
Thestias, in flammam triplices posuere sorores ;
t/m
Ille diu fuerat penetralibus abditus imis

Servatusque tuos, iuvenis, servaverat annos.
(Ovidius, Metamorphoses 8, 451-459)

Ringcompositie
Opbouwprocédé dat erin bestaat een verhaal, een gedeelte ervan of enkele verzen in een gedicht als teksteenheid af te bakenen met (qua inhoud of formulering) naar elkaar verwijzende passages

Fulsere quondam candidi tibi soles (eens schenen stralende zonnen voor jou)

……………………………………..

Fulsere vere candidi tibi soles. (waarlijk schenen eens stralende zonnen voor jou)
(
Catullus, carmen 8, 3-8)

  Vertellerscommentaar
Het (terloops) leveren van commentaar op gebeurtenissen of personages door de auteur, gericht tot de toeschouwer/lezer/luisteraar

id vitium nulli per saecula longa notatum
quid non sentit amor? primi vidistis amantes
et vocis fecistis iter, tutaeque per illud
murmure blanditiae minimo transire solebant.

Vertaling:
deze fout/dit gebrek eeuwenlang door niemand opgemerkt
hebben jullie ( wat merkt de liefde niet?) als eersten gezien, geliefden,
en gemaakt tot een doortocht voor de stem; en daardoor heen plachten veilig
jullie lieve woordjes met zeer zacht gefluister te gaan.

(Ovidius, Metamorphoses 4, 66-69)

Vertelperspectief
Het gezichtspunt van waaruit de auteur het verhaal presenteert

Verteltempo
De verhouding tussen verteltijd en vertelde tijd

V ersnelling: verteltijd is korter dan vertelde tijd
Vertraging: verteltijd is langer dan vertelde tijd
                  Verteltijd Tijd die gebruikt wordt om het verhaal te vertellen
                  Vertelde tijd De tijd die de (vertelde) gebeurtenissen in werkelijkheid in beslag nemen


basiskennis
1. vormleer
2. syntaxis

vertaaltips
gulden regels

per onderdeel
    vormleer:
  1. substantiva
  2. adiectiva
  3. adverbia
  4. correlativa
    1. adiectiva
    2. adverbia
  5. pronomina
    1. demonstrativa
    2. indefinita
    3. interrogativa
    4. personalia
    5. possessiva
    6. relativa
  6. numeralia
  7. verba algemeen
    1. onvolt. act.
    2. onvolt. pas.
    3. volt. act.
    4. volt. pas.
  8. deponentia
    1. praesens
    2. perfectum
  9. onregelmatige ww
  10. stamtijden
    1. deponentia
    2. composita

  11. syntaxis:

  12. participium
  13. abl.abs.
  14. gerundi(v)um
  15. aci en nci
  16. gebruik tempora
  17. modi in hoofdzin
  18. modi in bijzinnen
    1. afh. vraagzin
    2. causale
    3. comparatieve
    4. concessieve
    5. conditionele
    6. consecutieve
    7. relatieve
    8. temporele
  19. nominativus
  20. genitivus
  21. dativus
  22. accusativus
  23. ablativus
  24. vocativus
  25. locativus e.a.